BMC 1100/1300 register

NL kentekens BMC 1100/1300 auto's.  

2232-1.jpg

De BMC ADO16 (Amalgamated Drawing Office project number 16) is een ''kleine familie auto'' gebouwd door de British Motor Corporation (BMC) en, later British Leyland van 1962-1974 . 

 

Modellen:

  • Austin 1100 en 1300
  • Austin America, Glider en Victoria

Innocenti IM3

  • MG 1100 en 1300
  • Morris 1100 en 1300
  • Riley 1300 en Kestrel
  • Vanden Plas Princess 1100 / 1300
  • Wolseley 1100 en 1300

 

 

De ADO16 was een ontwerp van Alec Issigonis, de ontwerper van de legendarische Mini . De ADO16 was dan ook volgens hetzelfde concept ontworpen.   D.w.z. dwarsgeplaatste motor, voorwielaandrijving en wielen zover mogelijk op de hoeken voor betere wegligging en meer binnenruimte.  De styling kwam uit de koker van Pininfarina. Die toen 'huisstylist' was voor BMC. 

 

 

 

hydrolasticsuspviewdone.jpg

 De unieke hydrolasticvering van de auto was een uitvinding van Dr. Alex Moulton. Op iedere hoek van de auto een veerbol gevuld met vloeistof, doorverbonden met leidingen. BMC gebruikte in advertenties vaak de slogan;  "Floats on Fluid"  om dit nog een keer te onderstrepen.    

 De Nederlandse Austin importeur fa. R.S. Stokvis uit Rotterdam gebruikte voor de Austin 1100 en 1300 de toevoeging "Glider" (embleem op kofferklep). Dit was een verwijzing naar de comfortabele 'hydrolastic' vering.

 De BMC 1100/1300 was lang de best verkochte Britse automobiel. Van alle uitvoeringen zijn zo'n 2,3 miljoen exemplaren verkocht. Dit aantal is later alleen  door de classic Mini overtroffen. Maar op deze werd nauwelijks winstmarge behaald.  

Naast produktie in Cowley en Longbridge werden er vanaf  1965 ook ADO16's gebouwd in het Belgische 'Seneffe' bij Waterloo. De auto's kwamen als bouwpakket (CKD kit , Completely Knocked Down)  uit Engeland. En werden ter plekke geassembleerd. Dit had als voordeel dat er minder invoerrechten betaald hoefde te worden. Doordat Groot Britannië in de loop van de jaren 70 tot de EEG toetrad, werd het minder noodzakelijk om deze fabriek open te houden.

  Bovendien moest het in moeilijkheden verkerende BL reorganiseren. Er zou flink gesaneerd  gaan worden in het aantal fabrieken en automerken. Seneffe zou gaan sluiten. Het ironische is dat er in al die jaren nog nooit gestaakt was. En de auto's van een betere kwaliteit waren dan hun Engelse neefjes. Begin jaren 80 viel het doek. Nog heel even werd Seneffe als Europees distributiecentrum gebruikt voor BL auto's. Uiteindelijk was het allemaal uitstel.

 De Britse overheid als grootaandeelhouder van BL trok zich geleidelijk terug. Austin-Rover werd verkocht aan British Aerospace en ging nauw samenwerken met het Japanse Honda. Jaguar werd verkocht aan Ford. De bedrijfsauto tak van BL ging een joint venture (LDV) aan met het Nederlandse DAF. Dit liep helaas uit op een grote mislukking. Na het faillisement maakte LDV een doorstart onder diverse eigenaren. Uiteindelijk is de fabriek een paar jaar geleden gesloten. De restanten zijn opgekocht door het Chinese SAIC concern en naar China geshipped.

 

 In Spanje werd de ADO16 door  BMC/BL partner Authi in licentie gebouwd. Er  was ook een variant met kofferbak. De Austin Victoria, deze was gestyled door Michelotti. En vertoonde enige gelijkenis met de Triumph saloons uit die tijd. Voor de Zuid-Afrikaanse markt bouwde 'Leykor' deze van 1971-1977  als Austin Apache in licentie.

 

 In Italié bouwde BMC dochter Innocenti de ADO16 als Innocenti IM3. Deze week alleen in details af. Andere body en interieur trim.

 

Ook in Joegoslavië (Novo Mesto, Huidige Slovenië) werden er van 1969 tot en met 1972 door de fa. IMV  Austin 1300 's geassembleerd uit CKD kits.

  Naast de ADO 16  werden er ook Mini's en Maxi's  geassembleerd. 

 

Zie:  http://www.aronline.co.uk/blogs/around-the-world/around-the-world-yugoslavia/

 

 Voor de Noord-Amerikaanse markt was er de Austin America (1968-1972). Deze was uitgerust met de 1300 cc motor, een automatische transmissie of een handgeschakelde 4-bak, iets andere bodytrim, bumper overriders met rubbers.  I.v.m. strengere milieueisen in de USA (vooral de staat Californië) waren er vanaf 1970 aan de motoren diverse aanpassingen gedaan om de emissie te verlagen. 

 Het Amerikaanse avontuur van de ADO16 was geen succesverhaal. De motoren en techniek waren niet echt opgewassen tegen het zgn. "fast freeway driving" zoals gebruikelijk in de USA. Vooral de automaatbakken waren extreem storinggevoelig, mede doordat (net als bij de handbak) de motorolie ook voor de smering van de automaatbak werd gebruikt. Vaak veroorzaakte storing aan de motor ook schade aan de  bak. Of andersom.

 Het gebeurde regelmatig dat binnen de garantietermijn een automaatbak of hele motor vervangen moest worden. Sommige exemplaren verdwenen al binnen 50.000 miles naar de sloop. 

 In sommige warme en vochtige streken konden ADO16's extreem roesten. Met als gevolg dat ze binnen 'no time' op de sloop belanden. Van de destijds geleverde Austin America's zijn maar heel weinig exemplaren overgebleven. Uiteindelijk is het productieaantal op zo'n  59.500 stuks blijven steken. 

 

Btw. Naast verkoop in de USA en Canada werd de ''Austin America' ook verkocht in Zwitserland.  Voordat de 'Austin America' verscheen in 1968 werden er eerst MG 1100 Sports Sedan en MG 1100 Princess ingevoerd voor de N-Amerikaanse markt. Deze waren nog met een handgeschakelde bak uitgerust.

 

Zie ook:  http://www.austinamericausa.com/

 

 

Door British Leyland Australië is korte tijd een 'hatchback' uitvoering geleverd met de 1500 cc motor uit de Austin Maxi. Deze werd als Austin en Morris Nomad verkocht voor de lokale markt in Australië en NZ .  Zie foto onder.

 

 Foto's WiKiPedia.

Morris_Nomad_rear.jpg

 

Voor meer overzeese produkties en variaties wereldwijd van de BMC 1100 / 1300  

       zie:  http://www.aronline.co.uk/blogs/cars/bmc-cars/11001300/11001300-international-variations/

 

 

 

Rond eind jaren '60 / begin jaren '70 is er nog een stijlstudie gemaakt voor de Austin 1100 / 1300 . De voorkant en grille volgde min of meer de lijn van de Austin Maxi. Wellicht was dit dan de mk 4 geworden. Is er niet meer van gekomen. In 1973 was de Austin Allegro op de markt verschenen als opvolger van de BMC 1100 / 1300. De Allegro zou nooit het succes van z'n voorganger evenaren en stond later symbool voor alles wat er fout ging in het 'British Leyland' concern.  

 

ado16mk4-2.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overzicht van alle BMC 1100/1300 uitvoeringen wereldwijd geleverd. 

 

463777_658005777546817_1757855310_o-4.jpg
imagesWIGLAZV2-2.jpg